Restauratie, deelrestauratie en groot onderhoud van Friese orgels betrof in 2023/24 instrumenten uit de werkplaatsen van Van Dam, Hardorff, Bakker & Timmenga en Valckx & Van Kouteren.
Het meest avontuurlijk is de restauratie van het Van Dam-orgel uit 1844 in de Bordenakerk in Vrouwenparochie geweest. Al tientallen jaren stond dit instrument er treurig bij. Restauratie
betekende in dit geval ook reconstructie van veel dat veranderd en verloren gegaan was. Er is zoveel over te vertellen dat er in deze krant een speciaal artikel aan wordt gewijd.
Het Van Dam-orgel uit 1869 in de Lutherse Kerk in Leeuwarden onderging, in tegenstelling tot dat in 'Vrouwbuurt', nauwelijks wijzigingen. Het elegante klankkarakter, mede bepaald door
de aanwezigheid van een aanzienlijk aantal Van Gruisen-pijpen, bleef ongeschonden bewaard. Wél werd ruim een halve eeuw na de bouwtijd de pedaalomvang vergroot en werd het bovenwerk
(in feite een dwarswerk) in een zwelkast geplaatst. Bakker & Timmenga restaureerde in 1969 de windladen en verwijderde de zwelkast. Begin van dit jaar is een begin gemaakt met een
volgende deelrestauratie. In dat kader wordt de verzakte kas rechtgezet en worden de magazijnbalg en schepbalgen, de klaviatuur en de speelmechaniek gerestaureerd en de pulpeten
vernieuwd. De vormgeving en ligging van het pedaal worden verbeterd.
Bij twee grotere Van Dam-orgels, de instrumenten van Grou, Sint Piterkerk (1853) en Heeg, Haghakerk (1860), werden de balgen gerestaureerd. Van Dam maakte in de jaren '50 de overstap
van het oude beproefde systeem met spaanbalgen naar de toentertijd moderne vinding met één magazijnbalg met twee schepbalgen. In Grou gaat het dus om de restauratie van de drie spaanbalgen,
in Heeg om de magazijnbalg met scheppers.
In 1861 bouwde Willem Hardorff in Menaam in 1861 zijn grootste orgel. Het kreeg 12 stemmen op het hoofdwerk, 9 op het bovenwerk en 8 op het pedaal. In 1929 werd het instrument op een aantal punten
gewijzigd door Bakker & Timmenga. Twee van de vijf tongwerken werden vernieuwd, een derde (de Fagot van het hoofdwerk) werd vervangen door een strijker en op het bovenwerk verdween de Quintfluit ten
gunste van een Voix Céleste. Het klankkarakter van de Hardorff-registers werd gewijzigd. In 1989 vond een deelrestauratie door Bakker & Timmenga plaats die vooral restauratie van de windladen behelsde.
In 2023 is opnieuw aan het orgel gewerkt. Nu zijn de balgen gerestaureerd, het interieur van het orgel is gereinigd, het toetsbeleg van het ondermanuaal is vernieuwd en er is een veerconstructie gemaakt
waardoor bij manuaalspel de pedaalmechaniek niet meer meeloopt.
De laatste twee orgels die in dit overzicht moeten worden genoemd, stammen uit de eerste helft van de 20e eeuw. Het eerste van de twee is nog gebouwd in de 19e-eeuwse traditie. Bakker & Timmenga maakte
het in 1906 voor de doopsgezinde kerk van Holwerd. Dit éénklaviers instrument bleef altijd bij deze firma 'in portefeuille'. Het bedrijf verrichtte de stembeurten en verzorgde omvangrijker werkzaamheden
in 1977 en 1988. Vorig jaar werden opnieuw werkzaamheden van wat grotere omvang uitgevoerd. Er kwam een nieuwe windmotor, de magazijnbalg en schepbalgen werden opnieuw beleerd, lekkage in kanalen werd
ongedaan gemaakt, de klaviatuur werd gerestaureerd en de pedaalmechaniek werd voorzien van een veerconstructie.
Het 24 jaar later gebouwde orgel in de Leeuwarder Pelikaankerk ademt een heel andere geest. De prachtige kerk is een voorbeeld van baksteen-expressionisme, een topwerk uit het oeuvre van Egbert Reitsma
dat invloeden van de Amsterdamse School verraadt. Het orgel werd door de Rotterdamse firma Valckx & Van Kouteren geleverd en het werd tegelijk met de kerk ontworpen. Het ‘open front’ vormt dan ook een
perfecte eenheid met het kerkinterieur. In veel kerken uit die tijd heeft zo’n eenheid ook bestaan, maar is ze later verstoord doordat het orgel werd ‘opgeruimd’. In Leeuwarden is dit gelukkig niet
gebeurd en is het “Gesamtkunstwerk” nog te bewonderen. Het orgel kreeg een dispositie van 20 stemmen op twee klavieren en vrij pedaal en werd gebouwd volgens het pneumatische systeem, wat het ook
mogelijk maakte de vrijstaande speeltafel te situeren op een galerij onder het orgel. In de loop der jaren heeft slechts eenmaal een register moeten wijken voor een ander (de Voix Celeste werd afgelost
door een Sexquialter). In de eerste helft van 2023 is het orgel geheel nagekeken en zijn alle versleten onderdelen vernieuwd. Het leeuwendeel van het werk heeft bestaan uit vervanging van alle membranen.
Een belangrijk aspect van de werkzaamheden aan het pijpwerk was de optimalisering van de aanspraak van de tongwerken. De ooit verdwenen Voix Celeste is nu aan de dispositie toegevoegd.
De werkzaamheden aan deze instrumenten werden of worden verricht door de volgende firma’s:
Bakker & Timmenga (Leeuwarden): Grou, Holwerd, Vrouwenparochie en Menaam
Flentrop (Zaandam): Heeg
Reil (Heerde): Leeuwarden Lutherse Kerk
Nico van Duren: Leeuwarden (Pelikaankerk)
Adviseurs: in Grou en Heeg geen, in Holwerd, Leeuwarden en Vrouwenparochie Theo Jellema, in Menaam Peter van Dijk en Pelikaankerk Leeuwarden Frans Vermeulen.